Cinema Monty

Michel Apers (1948-2004) startte in 1976 samen met Jan Jespers (1952-2003) - en achter de schermen gesteund door Michel Vandeghinste (°1946) - de filmzaal Monty, gelegen in de Montignystraat vlakbij het Antwerpse Zuid. Deze buurtcinema was enkele maanden voordien gesloten. Apers en Jespers betrokken al gauw Eric Kloeck (1953) in het avontuur en in oktober van dat jaar ging Cinema Monty van start. Zonder het te beseffen vonden deze jonge en ietwat naïeve entrepreneurs een gat in de markt. Vermits ze slechts over één enkel scherm beschikten beschouwde de Antwerpse cinemabaron Georges Heylen hen niet als concurrentie.

Met hun - achteraf bekeken - gewaagde en vernieuwende manier van programmeren trokken ze de bezoekersaantallen het eerste jaar al op van 25.000 tot 80.000.

Met een mengeling van oudere films, hernemingen, jeugdmatinees en onuitgegeven zogenaamde ”kleine” films op het affiche werden ze de zaal bij uitstek om de geest van de alternatieve jaren 1960 een stem te geven. Deze generatie vond zijn gading in de films van Fassbinder, Warhol en andere tijdsgenoten. Anderzijds begrepen zij niet waarom er naast deze vooruitstrevende eigentijdse cinema plaats werd gelaten voor de films van oude Hollywood coryfeeën als Alfred Hitchcock en Billy Wilder. Net deze combinatie van programmeren maakten Apers, Jespers en Kloeck uniek. Zij waren opgegroeid in de geest van de naoorlogse jaren 1950 en 1960 en vonden hun gading in zowel ‘Das Kapital’ als in B.B. en Coca-Cola.

In september 1978 namen ze er met een zekere jeugdige en koppige overmoed cinema Cartoon’s bij, met de hulp van Guy Dandelooy. Cinema Monty sloot in 1982 de deuren en leeft sindsdien voort als een bloeiende en belangrijke theaterzaal in Antwerpen. Cinema Cartoon’s bestaat nog steeds.

Over die periode schrijft Michel Apers in – haast profetisch kort voor zijn dood - “De Magie van de Cinema”: ‘Wanneer één ding mij met Jan Jespers en Eric Kloeck verbond, dan was het de passie voor de cinema, die ons als kind door de nog oppermachtige cinemacultuur van de jaren vijftig haast aangeboren leek’[1]


[1] De Hert, Robbe & Magiels, Willy. De Magie van de cinema. Uitgeverij Facet Antwerpen, 2004. p. 143